Wet- en regelgeving

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is verankerd in allerlei wet- en regelgeving. Bovendien zijn er wetten rondom gelijke behandeling en non-discriminatie. Sommige wetten gelden voor iedereen, andere wetten hebben betrekking op een bepaalde beroepsgroep. Hieronder staat een overzicht van de verschillende soorten wetgeving, een viertal wetten worden uitgelicht omdat veel professionals hiermee te maken hebben. 

Let op: deze pagina is nog in bewerking.

Vier wetten waar professionals mee te maken hebben

  1. Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze wet betreft het handelen bij vermoeden van geweld in thuissituatie.
  2. Kwaliteitswet zorg (Kwz). Dit zijn de normen voor verantwoorde zorg. Het betreft het handelen bij vermoeden van geweld tussen bewoners/pupillen onderling.
  3. Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz). In deze wet is het klachtrecht van cliënten en patiënten geregeld. (NB: de Kwaliteitswet en de Wet klachtrecht worden in de nabije toekomst vervangen door de wet kwaliteit, klachten en geschillen bewoners/pupillen zorg (Wkkgz).) Dit betreft het handelen bij vermoeden van geweld gepleegd door professionals jegens bewoners/pupillen.
  4. Algemene Wet Gelijk Behandeling (Awgb): In deze wet staat beschreven dat we in Nederland mensen gelijk behandelen, "ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat."

Wetsgebieden en wetten van toepassing op de praktijk van professionals

1. Internationaal recht

Internationale verdrag voor de Rechten van het Kind
In dit verdrag staan bepalingen die kinderen beschermen tegen verwaarlozing, tegen gebrek aan zorg, onderwijs en bescherming tegen geweld. Er kan een beroep op worden gedaan wanneer een staat in gebreke blijft, b.v. bij het goed organiseren van de jeugdzorg of jeugdbescherming, of wanneer de rechten van een kind worden veronachtzaamd bij echtscheiding. Nederland heeft dit verdrag geratificeerd en brengt periodiek een rapportage uit aan het verdragscomité. Defence for Children (NG) en de Kinderombudsman controleren of de Nederlandse regering zich aan het verdrag houdt en de beloften nakomt. Bekijk hier het verdrag.

VN Vrouwenverdrag
Een belangrijk verdrag om de rechten van meisjes en vrouwen te beschermen. Het verdrag heeft tot doel geweld en discriminatie van vrouwen uit te bannen en de participatie van vrouwen in het politiek proces te bevorderen. Nederland brengt periodiek een rapportage uit aan het verdragscomité (Het CEDAW). Nederlandse vrouwenorganisaties brengen schaduwrapportages om te bevorderen dat de regering passende maatregelen neemt en zich aan afspraken houdt. Er is een individueel klachtrecht verbonden aan dit verdrag (facultatief protocol). Bugers en NGO’s kunnen een klacht indienen als de regering in gebreke blijft bij de bescherming van groepen vrouwen en meisjes of belemmering van de uitoefening van bepaalde rechten. Lees hier het verdrag.


2. Staats- en bestuursrecht

De grondwet bevat de grondrechten (rechten en vrijheden) van burgers (ingezetenen) in Nederland. Artikel 1 van de grondwet luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” De rechten en vrijheden worden nader geregeld in andere wetten en regels, zoals het recht op vrije meningsuiting en het recht op privacy. Iedere burger wordt geacht in ieder geval de grondwet te kennen. Rechten en vrijheden kunnen worden ingeperkt, alleen op basis van een andere wet.

3. Burgerlijk recht

Burgerrlijk Wetboek boek 1:

  • Personen- en familierecht: in dit wetboek staan regels voor minderjarigheid, ouderschap, huwelijk en echtscheiding (ouderschapsplan).
  • Ook bevat dit de beschermingsmaatregelen als mentorschap, bewind en curatele. Bevat ook het verbod op kindermishandeling (lijfstraffen). Belangrijk voor iedereen die met kinderen, jeugdigen en andere kwetsbare personen werkt.
  • Artikel 28 is in 2014 aangepast en bepaalt dat mensen het geslacht op hun geboortakte kunnen wijzigen, zonder dat zij hiervoor een geslachtsaanpassende behandeling hebben gehad.

Burgerlijk Wetboek boek 6: Verbintenissen: wanprestatie; onrechtmatige daad.

  • Een organisatie of hulpverlener die in gebreke blijft kan worden gedagvaard door een ex-cliënt (diens advocaat) op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad. Deze acties en de voorwaarden waaraan een eis moet voldoen staan hier beschreven.

Burgerlijk Wetboek boek 7: Overeenkomsten:

  • Overeenkomsten, zoals de behandelovereenkomst moeten voldoen aan zekere eisen, dit is geregeld in dit boek.
  • Belangrijke overeenkomsten: de geneeskundige behandelovereenkomst (gelijk te stellen aan andere behandelovereenkomsten).

Rechtsvordering (burgerlijk procesrecht)
In dit wetboek staan de regels voor de civiele procedures voor oplossing van geschillen tussen burgers, of organisaties en burgers.

4. Strafrecht

Wetboek van Strafvordering

  • Jeugdstrafrecht: voor jongeren van 12 (?) tot 18 jaar geldt het jeugdstrafrecht
  • Verjaring van strafvordering. Hoe hoger de straf die op een strafbaar feit staat hoe langer de verjaringstermijn. Bij ernstige misdrijven zoals moord is de verjaringstermijn vervallen.
  • Aangifte; vervolging en opsporing, positie van getuige; In deze bepalingen wie aangifte kan doen (iedere burger), wie dat moet doen als hij kennis draagt van een strafbaar feit,
  • Slachtoffer en de voeging als benadeelde partij
  • De bevoegdheden van de politie en justitie, de rechtercommissaris
  • De rol van de advocaat voor het slachtoffer
  • De rol van de advocaat voor de verdachte
  • De strafrechtprocedure en de gang van zaken tijdens de terechtzitting
  • Het bewijs en het oordeel van de rechter
  • Vonnis en uitspraak.
  • Beroep bij het Hof
  • Cassatie bij de Hoge Raad

Wetboek van strafrecht
Hierin staan de strafbare feiten die in aanmerking komen voor opsporing en vervolging na aangifte of ambts-halvevervolging. Onder andere:

  • misdrijven tegen de zeden (verkrachting, aanranding, ontucht, kinderpornografie, mensen-handel)
  • mishandeling en strafverzwarende omstandigheden (tegen een kind, echtgenoot).
  • stalking
  • ontvoering
  • diefstal (met geweld)
  • misdrijven tegen het leven: doodslag; moord
  • verwaarlozing (nalaten van hulp aan een hulpbehoevende)
  • je discriminerend uitlaten over mensen "wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijk, psychische of verstandelijke handicap." (Atikel 137c-d)

5. Gezondheidsrecht, Psychiatrie, Zorg en welzijn

  • Wet Big (bekwaamheidseisen en tuchtrecht individuele beroepsbeoefenaren). Van belang voor de acht vrije beroepen in de gezondheidszorg: alle artsen, tandartsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten enz. In de wet BIG is ook het tuchtrecht geregeld. Op grond waarvan en hoe beroepsbeoefenaren voor de tuchtcolleges geroepen kunnen worden en de procedure.
  • Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo), BW boek 7. Zie bij 3.
  • Kwaliteitswet zorg (Kwz). De kwaliteitswet zorginstellingen bevat bepalingen voor de organisa-ties in de zorg en welzijn voor de kwaliteitszorg. De normen voor verantwoorde zorg.
  • Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz). In deze wet is het klachtrecht van cliënten en pa-tiënten geregeld.
    NB de Kwaliteitswet en de Wet klachtrecht worden in de nabije toekomst vervangen door de wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), 2007 gewijzigd in 2013 bij de inwerkingtreding van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
  • Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze wet geldt voor iedere organisatie in de sectoren zorg, welzijn, kinderopvang en onderwijs. Deze wet wijzigt een groot aantal wetten betrekking hebbend op de maatschappelijke ondersteuning, de zorg, en jeugd.
  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (wetsvoorstel). Deze wet vervangt de WMO 2007 tezamen met de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg, de Particpatiewet en de Jeugdwet.
  • Besluit minimumeisen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze sluit aan bij wet meldcode en geeft specifiek minimum eisen voor de meldcode die organisaties moeten implementeren, m.n. de gemeenten, en de steunpunten huiselijk geweld.

6. Jeugdrecht

  • Wet op de jeugdzorg (huidig). Wordt vervangen door de nieuwe jeugdwet. Een aantal bepa-lingen zijn in werking getreden miv maart 2014.
  • Uitvoeringsbesluiten: deze regelen m.n. de kwaliteit van de uitvoering van de wet, bijvoorbeeld de eisen voor de gecertificeerde instellingen en jeugdwerkers.

7. Bestuursrecht

  • Algemene wet bestuursrecht. Deze bevat regels voor besluiten en beschikkingen vanuit de bestuursorganen (gemeente, inspecties), de inspraakregels en procedures, hoe burgers zich kunnen weren tegen besluiten en de procedures voor beroep en bezwaar, de handhaving van besluiten en verordeningen door de  gemeente en de inspecties.
  • Wet publieke gezondheid: deze wet regelt de functie, taken en bevoegdheden van de gemeentelijke gezondheidsdiensten en de inspectie voor de gezondheidszorg.
  • Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp): belangrijke basiswet voor de bescherming van persoonsgegevens. Speciale regels worden gesteld voor de het verwerken en gebruiken van persoonsgegevens in de gezondheidszorg. Zie hiervoor de wet op de geneeskundige behan-delovereenkomst waarin de rechten van de patiënt en plichten van de beroepsbeoefenaar zijn vastgelegd, zoals dossiervorming,
  • Wet tijdelijk huisverbod: deze wet inwerking sedert 1-1-2009 omvat de bevoegdheid van de burgemeester om in geval van een dreiging van huiselijk geweld en kindermishandeling de bedreiger uit huis te plaatsen. De achterblijvende personen kunnen zo worden beschermd. De uithuisplaatsing is in de eerste termijn voor tiendagen te verlengen achttien dagen als er in de eerste termijn geen schot zit in het creëren van veiligheid. Doel is ook om de hulpverlening aan alle betrokkenen te regelen, ook voor de uithuisgeplaatste. Om vast te stellen of sprake is van een dreiging neemt de hulpofficier van justitie (een hiervoor opgeleide politiefunctionaris) een risicotaxatie af met hulp van het RIHG, het risicotaxatie instrument huiselijk geweld. Het frontoffice (b.v. een SHG) regelt de hulpverlening en voert de procesregie.

Overige wetten

  • Wet op de nationale politie; besluit politiegegevens