Wat kunt u doen als uw studenten in een ruzie terecht komen. Of de gemoederen zo hoog oplopen dat de veilige sfeer in de klas dreigt te verdwijnen? Hoe stuurt u bij om veiligheid weer terug te brengen in de klas? Bekijk hier de film ‘Veilige sfeer behouden’ en lees aanvullende tips.

De onderwerpen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksualiteit liggen gevoelig. Studenten kunnen hier fundamenteel verschillende visies op nahouden: door een levensovertuiging, eigen opvoeding of eigen ervaring. Hierdoor kan spanning in de klas ontstaan en deze kan zich uiten in onderlinge ruzie of een aanval richting u als docent.

In de film ‘Veilige sfeer behouden ziet u hoe twee studenten op een uiteenlopende manier reageren op een video waarin een slachtoffer van seksueel geweld aan het woord is. Ze reageren heftig en vanuit emotie. Ellen Zwanenburg (docente mbo) laat zien hoe zij de situatie aanpakt. De situatie is in scene gezet met twee acteurs.

‘Ik benoem het inlevingsvermogen en de competenties die studenten nodig hebben in de beroepspraktijk. Dit brengt in mijn lessen altijd openheid in het gesprek.’
- Ellen Zwanenburg, ROC Friese Poort

Tips voor het behouden van een veilige sfeer

  • Groepsafspraken. Begin een les of lessenserie met het maken van een aantal groepsafspraken. U kunt deze gezamenlijk met uw studenten formuleren en hen vragen wat zij nodig hebben om in de klas over deze onderwerpen te praten. Denk hierbij aan:
    • respectvol omgaan met elkaar
    • geheimhouding
    • afspraken over woordgebruik
    • luisteren naar elkaar/ elkaar laten uitspreken
    • lachen mag, uitlachen niet
    • je mag alles vragen, maar je hoeft niet overal een antwoord op te geven
    • mogelijkheid voor studenten om anoniem vragen te stellen, etc...

Hang de afspraken eventueel op in de klas, zodat u er ook naar kunt verwijzen als deze overschreden worden. Een handzaam document om hierbij te gebruiken is de PICKASOLL van Sensoa.

  • Erken. Ontken en veroordeel de opmerking, vraag, reactie of emotie van de student niet, maar gebruik het als input voor een gesprek. Maak het gesprek persoonlijker door vragen te stellen als ‘Wat als dit over je broer of zus gezegd zou worden?’ of ‘Stel dat iemand dit over jou zou zeggen?’ Vul aan met kennis uit bijvoorbeeld onderzoek, praktijk of wetenschap.
  • Inlevingsvermogen. Nodig studenten uit om zich in te leven in de ander. In de zorg-, agogische of sociale opleidingen hebben studenten inlevingsvermogen nodig in hun latere beroepspraktijk. Door hier expliciet op te wijzen kunt u de hete angel uit een gesprek of discussie halen.
  • Ervaringsdeskundigen. Er zijn ervaringsdeskundigen beschikbaar die u kunt inzetten om dit inlevingsvermogen te bevorderen. Ook online zijn ervaringsverhalen beschikbaar die u kunt inzetten tijdens uw lessen.
  • Rolmodel. Laat zelf ook zien hoe je respectvol met elkaar om kunt gaan. Wees hierin een rolmodel voor de studenten. Op die manier laat u studenten zien hoe zij in hun latere beroep kunnen omgaan met dergelijke situaties.
  • Beroepspraktijk. Verwijs tot slot altijd naar de latere beroepspraktijk. In de beroepspraktijk heb je een professionele houding, moet je professioneel handelen en competent zijn. Plaats de discussie in het perspectief van de professional waartoe zij opgeleid worden.

‘In de klas maak ik geregeld verhitte discussies mee. Ik leg altijd stil, verwijs naar de afspraken en dan laat ik de studenten één voor één aan het woord. Ik vraag ze om begrip voor elkaar te tonen en vertaal de discussie naar de latere beroepspraktijk: wat als je later in je beroep een cliënt voor je hebt die … Dit werkt eigenlijk altijd.’
- Ellen Zwanenburg, docente ROC Friesepoort

Meer informatie