Interview met winnaar Leren Signaleren Scriptieprijs

Tijdens het congres Veilig Verder werd op donderdag 8 december de Leren Signaleren Scriptieprijs 2016 uitgereikt. De prijs is bedoeld om studenten aan universiteiten te stimuleren onderzoek te doen naar de preventie en aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De jury noemde de winnende scriptie van Pauline de Bruijn vernieuwend met veel maatschappelijke impact. De prijs is onderdeel van het programma Signaleren kan je leren en wordt voor het tweede jaar uitgereikt.

De titel van Pauline’s scriptie is: A consideration of coping strategies in response to stressful situations among children (6-12 years) of diverse ethnic backgrounds in the Netherlands (Vrije Universiteit Amsterdam, mei 2016). In dit interview vertelt ze er meer over.

Waar gaat je onderzoek over?

Ik heb onderzoek gedaan bij kinderen tussen 6 en 12 jaar die getuige zijn geweest van partnergeweld. Ik heb gekeken naar hun coping-strategieën in alledaagse stressvolle situaties, zoals ruzie met vriendjes of ouders. Hoe vaak zoeken ze steun bij anderen, zoeken ze afleiding of proberen ze anders naar de situatie te kijken? Daarbij heb ik gekeken of er een verschil is tussen kinderen van westerse en niet-westerse afkomst. Bovendien onderzocht ik of de coping-strategieën even effectief zijn voor beide groepen.

Wat maakt jouw onderzoek zo relevant voor de praktijk?

Bijna de helft van de kinderen die meegedaan hebben aan dit onderzoek heeft een niet-westerse achtergrond. Dat is heel relevant omdat kinderen met een niet-westerse achtergrond weinig deelnemen aan onderzoek. Bovendien gebruiken ze relatief weinig psychosociale hulpverlening. Dat is opmerkelijk omdat kinderen van niet-westerse achtergronden relatief vaak worden blootgesteld aan huiselijk geweld. Ook hebben ze een relatief hoog risico op een posttraumatische stress stoornis (PTSS) na het meemaken van een traumatische gebeurtenis. De uitkomst van mijn onderzoek kan hulpverleners helpen om beter aansluiting te vinden bij niet-westerse kinderen.

Wat is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek?

Westerse kinderen en niet-westerse kinderen bleken even vaak steun en afleiding te zoeken, maar niet-westerse kinderen maakten daarnaast vaker gebruik van cognitieve herstructurering. Cognitief herstructureren is het veranderen van je gedachten over een situatie op een positieve manier, bijvoorbeeld: ik kan het aan, wat er ook gebeurt. Of: ik heb dit soort problemen eerder ook kunnen oplossen. Het zijn, zeg maar, helpende gedachten.

Welke implicaties heeft dit voor het werkveld?

Niet-westerse kinderen maken minder vaak gebruik van hulpverlening terwijl ze die mogelijk wel nodig hebben. De aansluiting tussen het hulpaanbod en de vraag kan beter. Nu we weten dat deze kinderen vaker gebruik maken van cognitieve herstructurering kunnen professionals daar hun voordeel mee doen. Door bijvoorbeeld de focus te leggen op de helpende gedachten die een kind gebruikt in een moeilijke situatie. Dit kan een positieve ingang zijn voor een gesprek en het begin van een vertrouwensrelatie waarin het kind zich gehoord voelt.

Je volgde de Master-opleiding Pedagogische Wetenschappen aan de VU. Werd daar aandacht besteed aan het thema van je scriptie?

Ik heb heel bewust gekozen voor mijn master aan de Vrije Universiteit van Amsterdam omdat daar een masterclass is waar geweld in het gezin centraal staat. Partnergeweld, kinderen als getuige van partnergeweld, en kindermishandeling waren regelmatig onderwerp van gesprek en onderwijs. De docenten bij deze master zijn ook heel actief in het onderzoek naar deze thematiek. Ik vond het fijn dat er vanuit een breed perspectief naar een probleem werd gekeken. Tijdens mijn master liep ik stage bij Stichting Centrum ’45 en daar ontmoette ik veel kinderen met een niet-westerse achtergrond.

Wat is je het meest bijgebleven van het onderwijs over geweld in afhankelijkheidsrelaties?

Uit eerder onderzoek blijkt dat getuige zijn van het geweld tussen ouders even traumatiserend is als het ondergaan van het geweld van ouders. Daarmee wordt het belang van de zorg voor deze kinderen kenbaar. Daarnaast vind ik het vooral belangrijk om je ogen open te houden en gevoelens van wantrouwen te onderzoeken. Ga er achteraan en kijk niet weg.
 

Tot slot: wat raad je studenten en/of onderzoekers aan als vervolg op je onderzoek?

Wees je bewust dat niet iedereen hetzelfde is. Ga voor een cultuursensitieve benadering. Denk dus na over hoe cultuursensitief je zelf bent en hoe bewust je bent van de etnische achtergrond van een kind. Past de inhoud van mijn gesprek met het kind bij de context van de thuissituatie? Wat betreft vervolgonderzoek zou het interessant zijn om etniciteit verder uit te werken door specifieke etnische groepen te bestuderen. Ik heb nu alleen kunnen kijken naar westers en niet-westers, terwijl er binnen de categorie niet-westers veel verschillende etnische achtergronden zijn. Het zou goed zijn als toekomstig onderzoek hier oog voor heeft.

Vragen over Pauline’s scriptie? Neem contact met haar op. Vragen over de scriptieprijs: Movisie, Anouk Visser: A.Visser@movisie.nl. Meer informatie over lesgeven over huiselijk en seksueel geweld vind je hier.

Voornaam: 
Pauline
Achternaam: 
de Bruijn